Was dit nuttig?
aftrekken
werkwoord | Taalniveau: A1
een getal verminderen met een ander getal
Voorbeeldzinnen met het woord aftrekken
- "Negen aftrekken van twaalf is drie."
- "De juf legt uit hoe je moet aftrekken."
Synoniemen van aftrekken
Idiomen
- • ervan aftrekken
- • de som verminderen
Vervoeging van aftrekken
| Ik (nu) | ik trek af |
| Hij/zij (nu) | hij trekt af |
| Wij (nu) | wij trekken af |
| Verleden tijd | trok af |
| Voltooid deelw. | afgetrokken |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over aftrekken
- Wat betekent aftrekken?
- een getal verminderen met een ander getal
- Op welk taalniveau hoort aftrekken?
- Het woord aftrekken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van aftrekken?
- Synoniemen van aftrekken zijn: min, verminderen.
- Hoe vervoeg je aftrekken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je aftrekken als volgt: ik ik trek af, hij/zij hij trekt af, wij wij trekken af.
- Wat is de verleden tijd van aftrekken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van aftrekken is: trok af.
- Wat is het voltooid deelwoord van aftrekken?
- Het voltooid deelwoord van aftrekken is: afgetrokken.
- Gebruik je hebben of zijn bij aftrekken?
- Bij aftrekken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij aftrekken
elf
telwoord
Het getal 11; één meer dan tien
hetcijfer
zelfstandig naamwoord
Een symbool dat een getal weergeeft (0-9); ook een schoolbeo…
twee
telwoord
Het getal 2; een paar
duizend
telwoord
Het getal 1000; tien keer honderd
hetgetal
zelfstandig naamwoord
Een wiskundige grootheid die aangeeft hoeveel iets is
nul
telwoord
Het getal 0; er is niets aanwezig