Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    afdekken

    werkwoord | Taalniveau: A2

    een pot, schaal of gerecht afsluiten of bedekken om warmte of vocht te bewaren

    Voorbeeldzinnen met het woord afdekken

    • "Dek de pan af met een deksel zodat de stoom erin blijft."
    • "Na het koken wordt de saus afgedekt om rustig te kunnen afkoelen."

    Synoniemen van afdekken

    Idiomen

    • • iets afdekken (iets verbergen of achterhouden voor anderen)
    • • risico afdekken (maatregelen nemen om mogelijke schade of verlies te beperken)

    Vervoeging van afdekken

    Ik (nu) dek af
    Hij/zij (nu) dekt af
    Wij (nu) dekken af
    Verleden tijd dekte af
    Voltooid deelw. afgedekt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over afdekken

    Wat betekent afdekken?
    een pot, schaal of gerecht afsluiten of bedekken om warmte of vocht te bewaren
    Op welk taalniveau hoort afdekken?
    Het woord afdekken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van afdekken?
    Synoniemen van afdekken zijn: afsluiten, bedekken, afschermen.
    Hoe vervoeg je afdekken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je afdekken als volgt: ik dek af, hij/zij dekt af, wij dekken af.
    Wat is de verleden tijd van afdekken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van afdekken is: dekte af.
    Wat is het voltooid deelwoord van afdekken?
    Het voltooid deelwoord van afdekken is: afgedekt.
    Gebruik je hebben of zijn bij afdekken?
    Bij afdekken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter