Was dit nuttig?
aansteken
werkwoord | Taalniveau: B1
een vlam aan iets geven
Voorbeeldzinnen met het woord aansteken
- "Ze stak de kaarsen op de taart aan."
- "Hij stak het vuurwerk aan."
Idiomen
- • het vuur aansteken
- • iemand aansteken met enthousiasme
Vervoeging van aansteken
| Ik (nu) | ik steek aan |
| Hij/zij (nu) | hij/zij steekt aan |
| Wij (nu) | wij steken aan |
| Verleden tijd | stak aan |
| Voltooid deelw. | aangestoken |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over aansteken
- Wat betekent aansteken?
- een vlam aan iets geven
- Op welk taalniveau hoort aansteken?
- Het woord aansteken hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je aansteken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je aansteken als volgt: ik ik steek aan, hij/zij hij/zij steekt aan, wij wij steken aan.
- Wat is de verleden tijd van aansteken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van aansteken is: stak aan.
- Wat is het voltooid deelwoord van aansteken?
- Het voltooid deelwoord van aansteken is: aangestoken.
- Gebruik je hebben of zijn bij aansteken?
- Bij aansteken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij aansteken
blaffen
werkwoord
vuurwerk afsteken
depaasprocessie
zelfstandig naamwoord
Religieuze stoet die met Pasen door de straten trekt, veelal…
deTweede Paasdag
zelfstandig naamwoord
De maandag na Eerste Paasdag; een officiële nationale feestd…
dekerstbal
zelfstandig naamwoord
Ronde glanzende decoratiebel die aan de kerstboom wordt geha…
dekerstkaart
zelfstandig naamwoord
Wenskaart die mensen versturen tijdens de kerstperiode
dekerstvakantie
zelfstandig naamwoord
Schoolvakantie rond de kerstperiode, van eind december tot b…
Gerelateerde taaltips
Schrijf je Pasen met een hoofdletter of kleine letter?
De juiste schrijfwijze van Pasen, paashaas en andere paaswoorden
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt