Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    aansteken

    werkwoord | Taalniveau: B1

    een vlam aan iets geven

    Voorbeeldzinnen met het woord aansteken

    • "Ze stak de kaarsen op de taart aan."
    • "Hij stak het vuurwerk aan."

    Idiomen

    • • het vuur aansteken
    • • iemand aansteken met enthousiasme

    Vervoeging van aansteken

    Ik (nu) ik steek aan
    Hij/zij (nu) hij/zij steekt aan
    Wij (nu) wij steken aan
    Verleden tijd stak aan
    Voltooid deelw. aangestoken
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over aansteken

    Wat betekent aansteken?
    een vlam aan iets geven
    Op welk taalniveau hoort aansteken?
    Het woord aansteken hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je aansteken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je aansteken als volgt: ik ik steek aan, hij/zij hij/zij steekt aan, wij wij steken aan.
    Wat is de verleden tijd van aansteken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van aansteken is: stak aan.
    Wat is het voltooid deelwoord van aansteken?
    Het voltooid deelwoord van aansteken is: aangestoken.
    Gebruik je hebben of zijn bij aansteken?
    Bij aansteken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter