Was dit nuttig?
aanpassen
werkwoord | Taalniveau: B1
iets veranderen zodat het beter past
Voorbeeldzinnen met het woord aanpassen
- "Ze pasten de keuken aan naar hun wensen."
- "Hij paste de verlichting aan."
Idiomen
- • zich aanpassen of verdwijnen
Vervoeging van aanpassen
| Ik (nu) | pas aan |
| Hij/zij (nu) | past aan |
| Wij (nu) | passen aan |
| Verleden tijd | paste aan |
| Voltooid deelw. | aangepast |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over aanpassen
- Wat betekent aanpassen?
- iets veranderen zodat het beter past
- Op welk taalniveau hoort aanpassen?
- Het woord aanpassen hoort bij taalniveau B1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je aanpassen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je aanpassen als volgt: ik pas aan, hij/zij past aan, wij passen aan.
- Wat is de verleden tijd van aanpassen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van aanpassen is: paste aan.
- Wat is het voltooid deelwoord van aanpassen?
- Het voltooid deelwoord van aanpassen is: aangepast.
- Gebruik je hebben of zijn bij aanpassen?
- Bij aanpassen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij aanpassen
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Yankee: een Nederlands woord dat de wereld veroverde
Hoe Jan en Kees de naam gaven aan een heel volk
Kennen of weten: wat is het verschil?
Twee werkwoorden, één vertaling — leer wanneer je welk gebruikt
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje