Was dit nuttig?
dewintersport
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
alle sporten die in de winter op sneeuw of ijs worden beoefend
Voorbeeldzinnen met het woord wintersport
- "Ze gaat elk jaar naar Oostenrijk voor de wintersport."
- "Wintersport in de Alpen is populair bij Nederlanders."
Synoniemen van wintersport
Veelgestelde vragen over wintersport
- Wat betekent wintersport?
- alle sporten die in de winter op sneeuw of ijs worden beoefend
- Op welk taalniveau hoort wintersport?
- Het woord wintersport hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van wintersport?
- Synoniemen van wintersport zijn: sneeuwsport, skivakantie.
- Is wintersport een de-woord of het-woord?
- Wintersport is een de-woord: de wintersport.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij wintersport
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen