Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    deskivakantie

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    een vakantie waarbij je gaat skiën

    Voorbeeldzinnen met het woord skivakantie

    • "Ze planden een skivakantie in Oostenrijk."
    • "Op de skivakantie leerde hij zijn eerste draai."

    Synoniemen van skivakantie

    Veelgestelde vragen over skivakantie

    Wat betekent skivakantie?
    een vakantie waarbij je gaat skiën
    Op welk taalniveau hoort skivakantie?
    Het woord skivakantie hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van skivakantie?
    Synoniemen van skivakantie zijn: wintersportvakantie, skireize.
    Is skivakantie een de-woord of het-woord?
    Skivakantie is een de-woord: de skivakantie.

    Delen

    Bladeren op letter