Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dewinkel

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1

    zaak waar producten te koop worden aangeboden aan klanten

    Voorbeeldzinnen met het woord winkel

    • "Ze gaat elke zaterdag naar de winkel om boodschappen te doen."
    • "De winkel is open van negen tot zes."

    Synoniemen van winkel

    Idiomen

    • • Van winkel tot winkel gaan.
    • • Zijn slag slaan.
    • • Het beste uit de markt halen.

    Veelgestelde vragen over winkel

    Wat betekent winkel?
    zaak waar producten te koop worden aangeboden aan klanten
    Op welk taalniveau hoort winkel?
    Het woord winkel hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van winkel?
    Synoniemen van winkel zijn: zaak, winkelzaak, boetiek.
    Is winkel een de-woord of het-woord?
    Winkel is een de-woord: de winkel.

    Delen

    Bladeren op letter