Was dit nuttig?
dewinkel
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
zaak waar producten te koop worden aangeboden aan klanten
Voorbeeldzinnen met het woord winkel
- "Ze gaat elke zaterdag naar de winkel om boodschappen te doen."
- "De winkel is open van negen tot zes."
Synoniemen van winkel
Idiomen
- • Van winkel tot winkel gaan.
- • Zijn slag slaan.
- • Het beste uit de markt halen.
Veelgestelde vragen over winkel
- Wat betekent winkel?
- zaak waar producten te koop worden aangeboden aan klanten
- Op welk taalniveau hoort winkel?
- Het woord winkel hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van winkel?
- Synoniemen van winkel zijn: zaak, winkelzaak, boetiek.
- Is winkel een de-woord of het-woord?
- Winkel is een de-woord: de winkel.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij winkel
debroekriem
zelfstandig naamwoord
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
defactuur
zelfstandig naamwoord
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
dekassière
zelfstandig naamwoord
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
dewaardebon
zelfstandig naamwoord
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
hetgeld
zelfstandig naamwoord
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
demarkt
zelfstandig naamwoord
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden,…