Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    wassen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    iets schoonmaken met water en zeep

    Voorbeeldzinnen met het woord wassen

    • "Ze wast elke dag haar handen voor het eten."
    • "Hij wast zijn auto elke zaterdag."

    Synoniemen van wassen

    Idiomen

    • • Zijn handen in onschuld wassen
    • • Iemand de oren wassen
    • • Gewassen en gekamd

    Vervoeging van wassen

    Ik (nu) was
    Hij/zij (nu) wast
    Wij (nu) wassen
    Verleden tijd waste
    Voltooid deelw. gewassen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over wassen

    Wat betekent wassen?
    iets schoonmaken met water en zeep
    Op welk taalniveau hoort wassen?
    Het woord wassen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van wassen?
    Synoniemen van wassen zijn: schoonmaken, reinigen.
    Hoe vervoeg je wassen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je wassen als volgt: ik was, hij/zij wast, wij wassen.
    Wat is de verleden tijd van wassen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van wassen is: waste.
    Wat is het voltooid deelwoord van wassen?
    Het voltooid deelwoord van wassen is: gewassen.
    Gebruik je hebben of zijn bij wassen?
    Bij wassen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter