Was dit nuttig?
vrezen
werkwoord | Taalniveau: B2
angst hebben voor iets
Voorbeeldzinnen met het woord vrezen
- "Ze vreesde het ergste bij het slechte nieuws."
- "Hij vreesde de confrontatie."
Idiomen
- • Het ergste vrezen
- • God vrezen
- • Voor zijn leven vrezen
Vervoeging van vrezen
| Ik (nu) | ik vrees |
| Hij/zij (nu) | hij/zij vreest |
| Wij (nu) | wij vrezen |
| Verleden tijd | vreesde |
| Voltooid deelw. | gevreesd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over vrezen
- Wat betekent vrezen?
- angst hebben voor iets
- Op welk taalniveau hoort vrezen?
- Het woord vrezen hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je vrezen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je vrezen als volgt: ik ik vrees, hij/zij hij/zij vreest, wij wij vrezen.
- Wat is de verleden tijd van vrezen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van vrezen is: vreesde.
- Wat is het voltooid deelwoord van vrezen?
- Het voltooid deelwoord van vrezen is: gevreesd.
- Gebruik je hebben of zijn bij vrezen?
- Bij vrezen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vrezen
liefhebben
werkwoord
diepe liefde voelen voor iemand
angstig
bijvoeglijk naamwoord
vol angst of vrees voor iets
blij
bijvoeglijk naamwoord
tevreden en gelukkig van geest
boos
bijvoeglijk naamwoord
kwaad of geïrriteerd vanwege iets wat als onrechtvaardig of …
deinnerlijke rust
zelfstandig naamwoord
een gevoel van diep en stil welzijn
deeigenwaarde
zelfstandig naamwoord
het gevoel de moeite waard te zijn