Was dit nuttig?
voorlezen
werkwoord | Taalniveau: A2
hardop lezen voor anderen
Voorbeeldzinnen met het woord voorlezen
- "De moeder las haar kind een verhaaltje voor."
- "De leraar las de opdracht voor aan de klas."
Synoniemen van voorlezen
Idiomen
- • een verhaal voor de neus lezen
Vervoeging van voorlezen
| Ik (nu) | lees voor |
| Hij/zij (nu) | leest voor |
| Wij (nu) | lezen voor |
| Verleden tijd | las voor |
| Voltooid deelw. | voorgelezen |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over voorlezen
- Wat betekent voorlezen?
- hardop lezen voor anderen
- Op welk taalniveau hoort voorlezen?
- Het woord voorlezen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van voorlezen?
- Synoniemen van voorlezen zijn: oplezen.
- Hoe vervoeg je voorlezen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je voorlezen als volgt: ik lees voor, hij/zij leest voor, wij lezen voor.
- Wat is de verleden tijd van voorlezen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van voorlezen is: las voor.
- Wat is het voltooid deelwoord van voorlezen?
- Het voltooid deelwoord van voorlezen is: voorgelezen.
- Gebruik je hebben of zijn bij voorlezen?
- Bij voorlezen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij voorlezen
herkansen
werkwoord
een toets of examen opnieuw doen na een eerdere mislukking
zakken
werkwoord
een examen of toets niet halen
hetexamen
zelfstandig naamwoord
officiële toets waarmee kennis en vaardigheden formeel worde…
deinstroomtoets
zelfstandig naamwoord
toets waarmee het beginniveau van een leerling wordt vastges…
hetproefwerk
zelfstandig naamwoord
schriftelijke toets op school over een beperkt deel van de l…
hetlokaal
zelfstandig naamwoord
ruimte of klaslokaal in een school of gebouw
Gerelateerde taaltips
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.