Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    verloven

    werkwoord | Taalniveau: A2

    officieel afspreken met iemand te willen trouwen

    Voorbeeldzinnen met het woord verloven

    • "Ze verloofden zich op Valentijnsdag."
    • "Hij verloofd zich met zijn jeugdliefde."

    Idiomen

    • • zijn hart verpanden

    Vervoeging van verloven

    Ik (nu) ik verloef me
    Hij/zij (nu) hij verlooft zich
    Wij (nu) wij verloven ons
    Verleden tijd verloofde zich
    Voltooid deelw. verloofd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over verloven

    Wat betekent verloven?
    officieel afspreken met iemand te willen trouwen
    Op welk taalniveau hoort verloven?
    Het woord verloven hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je verloven in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je verloven als volgt: ik ik verloef me, hij/zij hij verlooft zich, wij wij verloven ons.
    Wat is de verleden tijd van verloven?
    De verleden tijd (enkelvoud) van verloven is: verloofde zich.
    Wat is het voltooid deelwoord van verloven?
    Het voltooid deelwoord van verloven is: verloofd.
    Gebruik je hebben of zijn bij verloven?
    Bij verloven gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter