Was dit nuttig?
verloven
werkwoord | Taalniveau: A2
officieel afspreken met iemand te willen trouwen
Voorbeeldzinnen met het woord verloven
- "Ze verloofden zich op Valentijnsdag."
- "Hij verloofd zich met zijn jeugdliefde."
Idiomen
- • zijn hart verpanden
Vervoeging van verloven
| Ik (nu) | ik verloef me |
| Hij/zij (nu) | hij verlooft zich |
| Wij (nu) | wij verloven ons |
| Verleden tijd | verloofde zich |
| Voltooid deelw. | verloofd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over verloven
- Wat betekent verloven?
- officieel afspreken met iemand te willen trouwen
- Op welk taalniveau hoort verloven?
- Het woord verloven hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je verloven in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je verloven als volgt: ik ik verloef me, hij/zij hij verlooft zich, wij wij verloven ons.
- Wat is de verleden tijd van verloven?
- De verleden tijd (enkelvoud) van verloven is: verloofde zich.
- Wat is het voltooid deelwoord van verloven?
- Het voltooid deelwoord van verloven is: verloofd.
- Gebruik je hebben of zijn bij verloven?
- Bij verloven gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij verloven
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen