Was dit nuttig?
verhuizen
werkwoord | Taalniveau: A2
van de ene woning naar de andere gaan
Voorbeeldzinnen met het woord verhuizen
- "Ze verhuizen naar een groter huis."
- "Ze verhuisden vorig jaar naar Amsterdam."
Idiomen
- • zijn biezen pakken
Vervoeging van verhuizen
| Ik (nu) | verhuis |
| Hij/zij (nu) | verhuist |
| Wij (nu) | verhuizen |
| Verleden tijd | verhuisde |
| Voltooid deelw. | verhuisd |
| Hulpwerkwoord | zijn |
Veelgestelde vragen over verhuizen
- Wat betekent verhuizen?
- van de ene woning naar de andere gaan
- Op welk taalniveau hoort verhuizen?
- Het woord verhuizen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je verhuizen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je verhuizen als volgt: ik verhuis, hij/zij verhuist, wij verhuizen.
- Wat is de verleden tijd van verhuizen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van verhuizen is: verhuisde.
- Wat is het voltooid deelwoord van verhuizen?
- Het voltooid deelwoord van verhuizen is: verhuisd.
- Gebruik je hebben of zijn bij verhuizen?
- Bij verhuizen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij verhuizen
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen