Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    verhuizen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    van de ene woning naar de andere gaan

    Voorbeeldzinnen met het woord verhuizen

    • "Ze verhuizen naar een groter huis."
    • "Ze verhuisden vorig jaar naar Amsterdam."

    Idiomen

    • • zijn biezen pakken

    Vervoeging van verhuizen

    Ik (nu) verhuis
    Hij/zij (nu) verhuist
    Wij (nu) verhuizen
    Verleden tijd verhuisde
    Voltooid deelw. verhuisd
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over verhuizen

    Wat betekent verhuizen?
    van de ene woning naar de andere gaan
    Op welk taalniveau hoort verhuizen?
    Het woord verhuizen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je verhuizen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je verhuizen als volgt: ik verhuis, hij/zij verhuist, wij verhuizen.
    Wat is de verleden tijd van verhuizen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van verhuizen is: verhuisde.
    Wat is het voltooid deelwoord van verhuizen?
    Het voltooid deelwoord van verhuizen is: verhuisd.
    Gebruik je hebben of zijn bij verhuizen?
    Bij verhuizen gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter