devendeur
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2
een persoon die producten verkoopt, met name op straat of op een markt
Voorbeeldzinnen met het woord vendeur
- "De vendeur bood voorbijgangers zijn waar aan met een vlotte verkooppraatje."
- "De rondtrekkende vendeur verkocht zijn handgemaakte producten van dorp tot dorp."
- "In de negentiende eeuw was de vendeur een vertrouwd gezicht op de weekmarkt."
- "De vliegende vendeur op het strand bood parasols, drankjes en souvenirs aan."
- "De slimme vendeur kende zijn klanten en paste zijn aanpak aan op iedereen."
Synoniemen van vendeur
Waar komt het woord vendeur vandaan?
Vendeur is ontleend aan het Frans vendeur (verkoper), van vendre (verkopen), van het Latijn vendere: venum (te koop) en dare (geven). Vendere was het gangbare Latijnse woord voor verkopen. In het Nederlands is vendeur iets archaischer en literairder dan de alledaagse verkoper, en verwijst het vaak naar een ambulante handelaar.
Veelgestelde vragen over vendeur
- Wat betekent vendeur?
- een persoon die producten verkoopt, met name op straat of op een markt
- Op welk taalniveau hoort vendeur?
- Het woord vendeur hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vendeur?
- Synoniemen van vendeur zijn: verkoper, marskramer, straathandelaar.
- Is vendeur een de-woord of het-woord?
- Vendeur is een de-woord: de vendeur.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vendeur
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden,…