devakkracht
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2 | Verkleinwoord: het het vakkrachtje
iemand die over specifieke beroepsvaardigheden beschikt
Voorbeeldzinnen met het woord vakkracht
- "Voor dit gespecialiseerde werk is een ervaren vakkracht onmisbaar."
- "Het bedrijf zoekt al maanden tevergeefs naar een vakkracht in lasersnijden."
- "In de bouw is een vakkracht met dak ervaring tegenwoordig moeilijk te vinden."
- "De koper waardeerde de zorgvuldige aanpak van de vakkracht die de keuken installeerde."
- "Een uitzendbureau bemiddelt vakkrachten voor tijdelijke projecten in de industrie."
Synoniemen van vakkracht
Idiomen
- • een vakkracht eersteklas (iemand met een uitzonderlijk niveau in zijn vak)
Waar komt het woord vakkracht vandaan?
Vakkracht is een Nederlandse samenstelling van vak (oorspronkelijk afdeling of vlak) en kracht (uit het Germaanse kraftiz, sterkte of vermogen). Het woord wordt sinds de tweede helft van de twintigste eeuw gebruikt in arbeidsmarktrapporten en HR-context. Het ligt taalkundig dicht bij vakman, maar is genderneutraler.
Veelgestelde vragen over vakkracht
- Wat betekent vakkracht?
- iemand die over specifieke beroepsvaardigheden beschikt
- Op welk taalniveau hoort vakkracht?
- Het woord vakkracht hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vakkracht?
- Synoniemen van vakkracht zijn: vakman, deskundige.
- Is vakkracht een de-woord of het-woord?
- Vakkracht is een de-woord: de vakkracht.
- Wat is het verkleinwoord van vakkracht?
- Het verkleinwoord van vakkracht is: het het vakkrachtje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vakkracht
iemand waarmee je samenwerkt op hetzelfde werk of in dezelfd…
een beroep waarbij men met de handen vakkundig producten maa…
vrouwelijke zorgverlener in een ziekenhuis
iemand die professioneel eten bereidt in een restaurant of k…
iemand die ergens werkt en deel uitmaakt van een team of org…
iemand die een andere persoon helpt bij zijn werk