Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    uithuwelijken

    werkwoord | Taalniveau: C1

    een kind (vaak een dochter) aan iemand ten huwelijk geven

    Voorbeeldzinnen met het woord uithuwelijken

    • "In vroeger tijden werden dochters soms uitgehuwelijkt."
    • "Ze werd uitgehuwelijkt zonder haar eigen toestemming."

    Vervoeging van uithuwelijken

    Ik (nu) ik huwelijk uit
    Hij/zij (nu) hij huwelijkt uit
    Wij (nu) wij huwelijken uit
    Verleden tijd huwelijkte uit
    Voltooid deelw. uitgehuwelijkt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over uithuwelijken

    Wat betekent uithuwelijken?
    een kind (vaak een dochter) aan iemand ten huwelijk geven
    Op welk taalniveau hoort uithuwelijken?
    Het woord uithuwelijken hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je uithuwelijken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je uithuwelijken als volgt: ik ik huwelijk uit, hij/zij hij huwelijkt uit, wij wij huwelijken uit.
    Wat is de verleden tijd van uithuwelijken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van uithuwelijken is: huwelijkte uit.
    Wat is het voltooid deelwoord van uithuwelijken?
    Het voltooid deelwoord van uithuwelijken is: uitgehuwelijkt.
    Gebruik je hebben of zijn bij uithuwelijken?
    Bij uithuwelijken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter