Was dit nuttig?
uithuwelijken
werkwoord | Taalniveau: C1
een kind (vaak een dochter) aan iemand ten huwelijk geven
Voorbeeldzinnen met het woord uithuwelijken
- "In vroeger tijden werden dochters soms uitgehuwelijkt."
- "Ze werd uitgehuwelijkt zonder haar eigen toestemming."
Vervoeging van uithuwelijken
| Ik (nu) | ik huwelijk uit |
| Hij/zij (nu) | hij huwelijkt uit |
| Wij (nu) | wij huwelijken uit |
| Verleden tijd | huwelijkte uit |
| Voltooid deelw. | uitgehuwelijkt |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over uithuwelijken
- Wat betekent uithuwelijken?
- een kind (vaak een dochter) aan iemand ten huwelijk geven
- Op welk taalniveau hoort uithuwelijken?
- Het woord uithuwelijken hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je uithuwelijken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je uithuwelijken als volgt: ik ik huwelijk uit, hij/zij hij huwelijkt uit, wij wij huwelijken uit.
- Wat is de verleden tijd van uithuwelijken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van uithuwelijken is: huwelijkte uit.
- Wat is het voltooid deelwoord van uithuwelijken?
- Het voltooid deelwoord van uithuwelijken is: uitgehuwelijkt.
- Gebruik je hebben of zijn bij uithuwelijken?
- Bij uithuwelijken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij uithuwelijken
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen