Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    Thais

    bijvoeglijk naamwoord | Taalniveau: A2

    betrekking hebbend op Thailand, zijn bewoners, taal of cultuur

    Voorbeeldzinnen met het woord Thais

    • "De Thaise keuken staat bekend om de balans tussen zoet, zuur, zout en pittig."
    • "Ze leerde Thaise massagetechnieken tijdens haar verblijf in Chiang Mai."
    • "Thais streetfood is wereldberoemd en behoort tot het beste straateten ter wereld."
    • "De Thaise bokskunst Muay Thai is populair als sport wereldwijd."
    • "Een Thais koninklijk paleis is voor toeristen een must-see bezienswaardigheid."

    Waar komt het woord Thais vandaan?

    Thais is afgeleid van Thailand en de bevolkingsgroep Thai. Thai betekent vrij in de Thai-taal. De Thaise taal behoort tot de Tai-Kadai taalfamilie. Als bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands verwijst Thais naar alles wat betrekking heeft op Thailand.

    Veelgestelde vragen over Thais

    Wat betekent Thais?
    betrekking hebbend op Thailand, zijn bewoners, taal of cultuur
    Op welk taalniveau hoort Thais?
    Het woord Thais hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).

    Delen

    Bladeren op letter