Was dit nuttig?
hetteam
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
groep mensen die samenwerken of samen een sport beoefenen
Voorbeeldzinnen met het woord team
- "Hij speelt in een voetbalteam met tien andere spelers."
- "Het team trainde elke dinsdag en donderdag."
Idiomen
- • Samen staan we sterk.
- • Één voor allen, allen voor één.
- • Een hecht team smeden.
Veelgestelde vragen over team
- Wat betekent team?
- groep mensen die samenwerken of samen een sport beoefenen
- Op welk taalniveau hoort team?
- Het woord team hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van team?
- Synoniemen van team zijn: ploeg, groep.
- Is team een de-woord of het-woord?
- Team is een het-woord: het team.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij team
dedegen
zelfstandig naamwoord
een smal, puntig zwaard gebruikt bij de schermkampioenschapp…
dewedstrijd
zelfstandig naamwoord
georganiseerde competitie waarbij deelnemers strijden om de …
hetwielrennen
zelfstandig naamwoord
competitief fietsen op weg of parcours
deestafette
zelfstandig naamwoord
wedstrijd waarbij een team van meerdere atleten om beurt ren…
deloopband
zelfstandig naamwoord
apparaat voor binnenshuis hardlopen op een bewegend band
deambitie
zelfstandig naamwoord
een sterke wens om iets te bereiken