Was dit nuttig?
degroep
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
een aantal mensen of dingen bij elkaar
Voorbeeldzinnen met het woord groep
- "Ze werkte in een groep van vier."
- "De groep studenten werkte samen aan het project."
Idiomen
- • in een groep werken
- • tot de groep behoren
Veelgestelde vragen over groep
- Wat betekent groep?
- een aantal mensen of dingen bij elkaar
- Op welk taalniveau hoort groep?
- Het woord groep hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van groep?
- Synoniemen van groep zijn: ploeg, team.
- Is groep een de-woord of het-woord?
- Groep is een de-woord: de groep.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij groep
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…