Was dit nuttig?
destraf
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een maatregel als gevolg van een overtreding of vergrijp
Voorbeeldzinnen met het woord straf
- "Hij kreeg straf omdat hij loog."
- "De rechter legde een zware straf op."
Synoniemen van straf
Veelgestelde vragen over straf
- Wat betekent straf?
- een maatregel als gevolg van een overtreding of vergrijp
- Op welk taalniveau hoort straf?
- Het woord straf hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van straf?
- Synoniemen van straf zijn: bestraffing, straf.
- Is straf een de-woord of het-woord?
- Straf is een de-woord: de straf.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij straf
deklomp
zelfstandig naamwoord
een schoen gemaakt van hout, traditioneel in Nederland
hetteken
zelfstandig naamwoord
iets wat wijst op of verwijst naar iets anders
deduidelijkheid
zelfstandig naamwoord
de eigenschap van iets wat helder en begrijpelijk is
dedreun
zelfstandig naamwoord
een harde, zware klap of een eentonig, bonkend geluid
hettijdstip
zelfstandig naamwoord
een bepaald moment op de dag
dedwerg
zelfstandig naamwoord
een buitengewoon klein menselijk wezen; ook: een fantasiewez…
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen