Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    schrikken

    werkwoord | Taalniveau: A2

    plotseling angst krijgen van iets

    Voorbeeldzinnen met het woord schrikken

    • "Ze schrok van het harde geluid."
    • "Hij schrok wakker door de donder."

    Idiomen

    • • schrikken van zijn eigen schaduw
    • • iemand de stuipen op het lijf jagen

    Vervoeging van schrikken

    Ik (nu) ik schrik
    Hij/zij (nu) hij/zij schrikt
    Wij (nu) wij schrikken
    Verleden tijd schrok
    Voltooid deelw. geschrokken
    Hulpwerkwoord zijn

    Veelgestelde vragen over schrikken

    Wat betekent schrikken?
    plotseling angst krijgen van iets
    Op welk taalniveau hoort schrikken?
    Het woord schrikken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je schrikken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je schrikken als volgt: ik ik schrik, hij/zij hij/zij schrikt, wij wij schrikken.
    Wat is de verleden tijd van schrikken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van schrikken is: schrok.
    Wat is het voltooid deelwoord van schrikken?
    Het voltooid deelwoord van schrikken is: geschrokken.
    Gebruik je hebben of zijn bij schrikken?
    Bij schrikken gebruik je het hulpwerkwoord "zijn".

    Delen

    Bladeren op letter