Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    roken

    werkwoord | Taalniveau: A2

    tabak of sigaret roken

    Voorbeeldzinnen met het woord roken

    • "Hij is gestopt met roken na vijf jaar."
    • "Roken is slecht voor je longen."

    Synoniemen van roken

    Idiomen

    • • waar rook is, is vuur

    Vervoeging van roken

    Ik (nu) rook
    Hij/zij (nu) rookt
    Wij (nu) roken
    Verleden tijd rookte
    Voltooid deelw. gerookt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over roken

    Wat betekent roken?
    tabak of sigaret roken
    Op welk taalniveau hoort roken?
    Het woord roken hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van roken?
    Synoniemen van roken zijn: sigaret roken.
    Hoe vervoeg je roken in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je roken als volgt: ik rook, hij/zij rookt, wij roken.
    Wat is de verleden tijd van roken?
    De verleden tijd (enkelvoud) van roken is: rookte.
    Wat is het voltooid deelwoord van roken?
    Het voltooid deelwoord van roken is: gerookt.
    Gebruik je hebben of zijn bij roken?
    Bij roken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter