Was dit nuttig?
reconciliëren
werkwoord | Taalniveau: C1
na een conflict of scheiding de relatie herstellen
Voorbeeldzinnen met het woord reconciliëren
- "Na maanden apart probeerden ze te reconciliëren."
- "Het koppel reconcilieerde na een intensieve therapie."
Vervoeging van reconciliëren
| Ik (nu) | ik reconcilieer |
| Hij/zij (nu) | hij reconcilieert |
| Wij (nu) | wij reconciliëren |
| Verleden tijd | reconcilieerde |
| Voltooid deelw. | gereconcilieerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over reconciliëren
- Wat betekent reconciliëren?
- na een conflict of scheiding de relatie herstellen
- Op welk taalniveau hoort reconciliëren?
- Het woord reconciliëren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je reconciliëren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je reconciliëren als volgt: ik ik reconcilieer, hij/zij hij reconcilieert, wij wij reconciliëren.
- Wat is de verleden tijd van reconciliëren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van reconciliëren is: reconcilieerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van reconciliëren?
- Het voltooid deelwoord van reconciliëren is: gereconcilieerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij reconciliëren?
- Bij reconciliëren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij reconciliëren
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen