Was dit nuttig?
depaasdag
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een van de twee officiële feestdagen van Pasen: Eerste Paasdag (zondag) of Tweede Paasdag (maandag)
Voorbeeldzinnen met het woord paasdag
- "Op Eerste Paasdag gaan veel gezinnen naar de kerk of versieren ze paaseieren."
- "Tweede Paasdag is in Nederland een officiële vrije dag."
Synoniemen van paasdag
Veelgestelde vragen over paasdag
- Wat betekent paasdag?
- een van de twee officiële feestdagen van Pasen: Eerste Paasdag (zondag) of Tweede Paasdag (maandag)
- Op welk taalniveau hoort paasdag?
- Het woord paasdag hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van paasdag?
- Synoniemen van paasdag zijn: paaszondag.
- Is paasdag een de-woord of het-woord?
- Paasdag is een de-woord: de paasdag.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij paasdag
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen