Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    lachen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    geluid maken van vrolijkheid

    Voorbeeldzinnen met het woord lachen

    • "Ze lachte hardop om de grap."
    • "Hij kon niet stoppen met lachen."

    Idiomen

    • • lachen is de beste medicijn
    • • door zijn tranen lachen

    Vervoeging van lachen

    Ik (nu) ik lach
    Hij/zij (nu) hij/zij lacht
    Wij (nu) wij lachen
    Verleden tijd lachte
    Voltooid deelw. gelachen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over lachen

    Wat betekent lachen?
    geluid maken van vrolijkheid
    Op welk taalniveau hoort lachen?
    Het woord lachen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je lachen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je lachen als volgt: ik ik lach, hij/zij hij/zij lacht, wij wij lachen.
    Wat is de verleden tijd van lachen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van lachen is: lachte.
    Wat is het voltooid deelwoord van lachen?
    Het voltooid deelwoord van lachen is: gelachen.
    Gebruik je hebben of zijn bij lachen?
    Bij lachen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter