Was dit nuttig?
inzegenen
werkwoord | Taalniveau: C1
een religieuze zegen uitspreken over het huwelijk
Voorbeeldzinnen met het woord inzegenen
- "De dominee inzegende het huwelijk in de kerk."
- "Ze lieten hun verbintenis inzegenen door een priester."
Vervoeging van inzegenen
| Ik (nu) | ik zegen in |
| Hij/zij (nu) | hij zegent in |
| Wij (nu) | wij zegenen in |
| Verleden tijd | zegende in |
| Voltooid deelw. | ingezegend |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over inzegenen
- Wat betekent inzegenen?
- een religieuze zegen uitspreken over het huwelijk
- Op welk taalniveau hoort inzegenen?
- Het woord inzegenen hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je inzegenen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je inzegenen als volgt: ik ik zegen in, hij/zij hij zegent in, wij wij zegenen in.
- Wat is de verleden tijd van inzegenen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van inzegenen is: zegende in.
- Wat is het voltooid deelwoord van inzegenen?
- Het voltooid deelwoord van inzegenen is: ingezegend.
- Gebruik je hebben of zijn bij inzegenen?
- Bij inzegenen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij inzegenen
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen