deinvoerder
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2
een persoon of bedrijf die goederen vanuit het buitenland invoert voor verdere verkoop
Voorbeeldzinnen met het woord invoerder
- "De invoerder betaalde douanerechten bij aankomst van de scheepslading."
- "Als erkend invoerder had hij speciale vergunningen voor de import van medische apparatuur."
- "Kleine invoerders hebben het moeilijker dan grote conglomeraten bij het verkrijgen van handelslicenties."
- "De invoerder moest aantonen dat de producten voldeden aan Europese veiligheidseisen."
- "Een betrouwbare invoerder heeft directe relaties met fabrikanten in het productieland."
Synoniemen van invoerder
Waar komt het woord invoerder vandaan?
Invoerder is afgeleid van invoeren (iets van buiten binnenbrengen), samengesteld uit in- en voeren (dragen, transporteren). Invoer als handelsterm beschrijft het binnenbrengen van goederen van buitenaf. Invoerder is het Nederlandse equivalent van het Frans importateur en het Engels importer.
Veelgestelde vragen over invoerder
- Wat betekent invoerder?
- een persoon of bedrijf die goederen vanuit het buitenland invoert voor verdere verkoop
- Op welk taalniveau hoort invoerder?
- Het woord invoerder hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van invoerder?
- Synoniemen van invoerder zijn: importeur, invoerbedrijf.
- Is invoerder een de-woord of het-woord?
- Invoerder is een de-woord: de invoerder.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij invoerder
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden,…