Was dit nuttig?
dehuwelijksgemeenschap
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: C1
het gemeenschappelijk bezit van gehuwde partners
Voorbeeldzinnen met het woord huwelijksgemeenschap
- "Ze wonen in huwelijksgemeenschap van goederen."
- "Bij scheiding wordt de huwelijksgemeenschap verdeeld."
Synoniemen van huwelijksgemeenschap
Veelgestelde vragen over huwelijksgemeenschap
- Wat betekent huwelijksgemeenschap?
- het gemeenschappelijk bezit van gehuwde partners
- Op welk taalniveau hoort huwelijksgemeenschap?
- Het woord huwelijksgemeenschap hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van huwelijksgemeenschap?
- Synoniemen van huwelijksgemeenschap zijn: gedeeld bezit.
- Is huwelijksgemeenschap een de-woord of het-woord?
- Huwelijksgemeenschap is een de-woord: de huwelijksgemeenschap.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij huwelijksgemeenschap
hetkind
zelfstandig naamwoord
Jong persoon; ook: de zoon of dochter van iemand
deoma
zelfstandig naamwoord
De moeder van je vader of moeder; grootmoeder
detante
zelfstandig naamwoord
De zus van je vader of moeder
debaby
zelfstandig naamwoord
Heel jong kind dat nog niet kan lopen of praten
degrootmoeder
zelfstandig naamwoord
moeder van je vader of moeder
hetgezin
zelfstandig naamwoord
Een groep van ouders en kinderen die samen wonen