Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hopen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    verwachten dat iets goeds zal gebeuren

    Voorbeeldzinnen met het woord hopen

    • "Ze hoopte op goed nieuws."
    • "Hij hoopt op een betere toekomst."

    Idiomen

    • • hoop doet leven

    Vervoeging van hopen

    Ik (nu) ik hoop
    Hij/zij (nu) hij/zij hoopt
    Wij (nu) wij hopen
    Verleden tijd hoopte
    Voltooid deelw. gehoopt
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over hopen

    Wat betekent hopen?
    verwachten dat iets goeds zal gebeuren
    Op welk taalniveau hoort hopen?
    Het woord hopen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Hoe vervoeg je hopen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je hopen als volgt: ik ik hoop, hij/zij hij/zij hoopt, wij wij hopen.
    Wat is de verleden tijd van hopen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van hopen is: hoopte.
    Wat is het voltooid deelwoord van hopen?
    Het voltooid deelwoord van hopen is: gehoopt.
    Gebruik je hebben of zijn bij hopen?
    Bij hopen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter