Was dit nuttig?
hopen
werkwoord | Taalniveau: A2
verwachten dat iets goeds zal gebeuren
Voorbeeldzinnen met het woord hopen
- "Ze hoopte op goed nieuws."
- "Hij hoopt op een betere toekomst."
Idiomen
- • hoop doet leven
Vervoeging van hopen
| Ik (nu) | ik hoop |
| Hij/zij (nu) | hij/zij hoopt |
| Wij (nu) | wij hopen |
| Verleden tijd | hoopte |
| Voltooid deelw. | gehoopt |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over hopen
- Wat betekent hopen?
- verwachten dat iets goeds zal gebeuren
- Op welk taalniveau hoort hopen?
- Het woord hopen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je hopen in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je hopen als volgt: ik ik hoop, hij/zij hij/zij hoopt, wij wij hopen.
- Wat is de verleden tijd van hopen?
- De verleden tijd (enkelvoud) van hopen is: hoopte.
- Wat is het voltooid deelwoord van hopen?
- Het voltooid deelwoord van hopen is: gehoopt.
- Gebruik je hebben of zijn bij hopen?
- Bij hopen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij hopen
liefhebben
werkwoord
diepe liefde voelen voor iemand
angstig
bijvoeglijk naamwoord
vol angst of vrees voor iets
blij
bijvoeglijk naamwoord
tevreden en gelukkig van geest
boos
bijvoeglijk naamwoord
kwaad of geïrriteerd vanwege iets wat als onrechtvaardig of …
deinnerlijke rust
zelfstandig naamwoord
een gevoel van diep en stil welzijn
deeigenwaarde
zelfstandig naamwoord
het gevoel de moeite waard te zijn
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen