Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    degezinsvakantie

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    vakantie die het hele gezin samen maakt

    Voorbeeldzinnen met het woord gezinsvakantie

    • "Ze plannen elk jaar een gezinsvakantie."
    • "De gezinsvakantie was in Spanje."

    Synoniemen van gezinsvakantie

    Veelgestelde vragen over gezinsvakantie

    Wat betekent gezinsvakantie?
    vakantie die het hele gezin samen maakt
    Op welk taalniveau hoort gezinsvakantie?
    Het woord gezinsvakantie hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van gezinsvakantie?
    Synoniemen van gezinsvakantie zijn: familievakantie.
    Is gezinsvakantie een de-woord of het-woord?
    Gezinsvakantie is een de-woord: de gezinsvakantie.

    Delen

    Bladeren op letter