Was dit nuttig?
defietsstrook
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
een deel van de weg dat bestemd is voor fietsers
Voorbeeldzinnen met het woord fietsstrook
- "Er is een fietsstrook langs de hoofdweg."
- "De fietsstrook is oranje gemarkeerd."
Synoniemen van fietsstrook
Veelgestelde vragen over fietsstrook
- Wat betekent fietsstrook?
- een deel van de weg dat bestemd is voor fietsers
- Op welk taalniveau hoort fietsstrook?
- Het woord fietsstrook hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van fietsstrook?
- Synoniemen van fietsstrook zijn: fietspad.
- Is fietsstrook een de-woord of het-woord?
- Fietsstrook is een de-woord: de fietsstrook.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij fietsstrook
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen