Was dit nuttig?
defietser
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
iemand die fietst
Voorbeeldzinnen met het woord fietser
- "De fietser reed door het rode licht."
- "Er zijn veel fietsers in Nederland."
Synoniemen van fietser
Veelgestelde vragen over fietser
- Wat betekent fietser?
- iemand die fietst
- Op welk taalniveau hoort fietser?
- Het woord fietser hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van fietser?
- Synoniemen van fietser zijn: wielrijder.
- Is fietser een de-woord of het-woord?
- Fietser is een de-woord: de fietser.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij fietser
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto