Was dit nuttig?
dedokter
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het doktertje
Persoon die opgeleid is om ziekten te behandelen en patiënten te helpen
Voorbeeldzinnen met het woord dokter
- "Ze gaat naar de dokter met hoge koorts."
- "De dokter schrijft een recept uit."
- "Maak een afspraak bij de dokter."
Idiomen
- • Naar de dokter gaan
- • De dokter weet het
Veelgestelde vragen over dokter
- Wat betekent dokter?
- Persoon die opgeleid is om ziekten te behandelen en patiënten te helpen
- Op welk taalniveau hoort dokter?
- Het woord dokter hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van dokter?
- Synoniemen van dokter zijn: arts, huisarts, medicus.
- Is dokter een de-woord of het-woord?
- Dokter is een de-woord: de dokter.
- Wat is het verkleinwoord van dokter?
- Het verkleinwoord van dokter is: het het doktertje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij dokter
dedrogist
zelfstandig naamwoord
winkel of persoon die vrij verkrijgbare medicijnen, verzorgi…
hetwelzijn
zelfstandig naamwoord
de toestand van lichamelijk en geestelijk goed voelen
deangina
zelfstandig naamwoord
ontsteking van de keel en amandelen met pijn bij het slikken…
hetbehandelcentrum
zelfstandig naamwoord
instelling of locatie waar medische behandelingen worden uit…
deverkoudheid
zelfstandig naamwoord
lichte ziekte met loopneus en niezen
debloedneus
zelfstandig naamwoord
bloeding uit de neus door letsel, droge lucht of een aandoen…