Was dit nuttig?
delegeren
werkwoord | Taalniveau: C1
taken of verantwoordelijkheden overdragen aan anderen
Voorbeeldzinnen met het woord delegeren
- "Een goede manager kan taken effectief delegeren."
- "Ze delegeerde de administratie aan haar assistent."
Synoniemen van delegeren
Vervoeging van delegeren
| Ik (nu) | delegeer |
| Hij/zij (nu) | delegeert |
| Wij (nu) | delegeren |
| Verleden tijd | delegeerde |
| Voltooid deelw. | gedelegeerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over delegeren
- Wat betekent delegeren?
- taken of verantwoordelijkheden overdragen aan anderen
- Op welk taalniveau hoort delegeren?
- Het woord delegeren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van delegeren?
- Synoniemen van delegeren zijn: uitbesteden, toewijzen.
- Hoe vervoeg je delegeren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je delegeren als volgt: ik delegeer, hij/zij delegeert, wij delegeren.
- Wat is de verleden tijd van delegeren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van delegeren is: delegeerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van delegeren?
- Het voltooid deelwoord van delegeren is: gedelegeerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij delegeren?
- Bij delegeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij delegeren
evalueren
werkwoord
beoordelen of iets goed verloopt of verlopen is
rapporteren
werkwoord
verslag uitbrengen aan een leidinggevende of opdrachtgever
coachen
werkwoord
iemand begeleiden bij zijn professionele of persoonlijke ont…
gekwalificeerd
bijvoeglijk naamwoord
beschikkend over de vereiste opleiding, ervaring of certific…
hetdienstverband
zelfstandig naamwoord
de arbeidsrelatie tussen een werknemer en een werkgever
hetpensioenfonds
zelfstandig naamwoord
organisatie die pensioengeld beheert en uitkeert