Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    delegeren

    werkwoord | Taalniveau: C1

    taken of verantwoordelijkheden overdragen aan anderen

    Voorbeeldzinnen met het woord delegeren

    • "Een goede manager kan taken effectief delegeren."
    • "Ze delegeerde de administratie aan haar assistent."

    Synoniemen van delegeren

    Vervoeging van delegeren

    Ik (nu) delegeer
    Hij/zij (nu) delegeert
    Wij (nu) delegeren
    Verleden tijd delegeerde
    Voltooid deelw. gedelegeerd
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over delegeren

    Wat betekent delegeren?
    taken of verantwoordelijkheden overdragen aan anderen
    Op welk taalniveau hoort delegeren?
    Het woord delegeren hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van delegeren?
    Synoniemen van delegeren zijn: uitbesteden, toewijzen.
    Hoe vervoeg je delegeren in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je delegeren als volgt: ik delegeer, hij/zij delegeert, wij delegeren.
    Wat is de verleden tijd van delegeren?
    De verleden tijd (enkelvoud) van delegeren is: delegeerde.
    Wat is het voltooid deelwoord van delegeren?
    Het voltooid deelwoord van delegeren is: gedelegeerd.
    Gebruik je hebben of zijn bij delegeren?
    Bij delegeren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter