Was dit nuttig?
dechipkaart
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
kaart met chip voor het betalen van openbaar vervoer
Voorbeeldzinnen met het woord chipkaart
- "Je kunt met de chipkaart in- en uitchecken bij de bus."
- "Zorg dat er genoeg saldo op je chipkaart staat."
Synoniemen van chipkaart
Veelgestelde vragen over chipkaart
- Wat betekent chipkaart?
- kaart met chip voor het betalen van openbaar vervoer
- Op welk taalniveau hoort chipkaart?
- Het woord chipkaart hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van chipkaart?
- Synoniemen van chipkaart zijn: OV-chipkaart, reiskaart.
- Is chipkaart een de-woord of het-woord?
- Chipkaart is een de-woord: de chipkaart.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij chipkaart
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto