Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    dereiskaart

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2

    kaart of abonnement waarmee iemand met het openbaar vervoer reist

    Voorbeeldzinnen met het woord reiskaart

    • "Ze koopt een dagkaart als reiskaart."
    • "Via een reiskaart reist ze onbeperkt een week."

    Synoniemen van reiskaart

    Veelgestelde vragen over reiskaart

    Wat betekent reiskaart?
    kaart of abonnement waarmee iemand met het openbaar vervoer reist
    Op welk taalniveau hoort reiskaart?
    Het woord reiskaart hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van reiskaart?
    Synoniemen van reiskaart zijn: treinkaart, OV-pas.
    Is reiskaart een de-woord of het-woord?
    Reiskaart is een de-woord: de reiskaart.

    Delen

    Bladeren op letter