hetbonnetje
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
een klein bedrukt kassapapiertje dat als bewijs van aankoop dient
Voorbeeldzinnen met het woord bonnetje
- "Bewaar het bonnetje als je het artikel misschien wilt ruilen."
- "De belastingdienst vraagt om bonnetjes als bewijs van zakelijke uitgaven."
- "Digitale bonnetjes per e-mail worden steeds gebruikelijker in plaats van papieren versies."
- "Het bonnetje had zijn data verloren door de warmte in zijn broekzak."
- "Je hebt het bonnetje nodig als je je kapotte product wilt retourneren."
Synoniemen van bonnetje
Waar komt het woord bonnetje vandaan?
Bonnetje is het verkleinwoord van bon, ontleend aan het Frans bon (goed, bewijs), van het Latijn bonus (goed). In de koophandel verwees bon naar een schriftelijk bewijs of waardepapier. In het Nederlands werd bonnetje de gangbare term voor het kleine kassapapiertje. De neiging om bonnetje te zeggen in plaats van bon is typisch Nederlands diminutief-gebruik.
Veelgestelde vragen over bonnetje
- Wat betekent bonnetje?
- een klein bedrukt kassapapiertje dat als bewijs van aankoop dient
- Op welk taalniveau hoort bonnetje?
- Het woord bonnetje hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van bonnetje?
- Synoniemen van bonnetje zijn: kassabon, aankoopbewijs, kwitantie.
- Is bonnetje een de-woord of het-woord?
- Bonnetje is een het-woord: het bonnetje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij bonnetje
officieel document met een overzicht van geleverde producten…
riem waarmee een broek op zijn plaats wordt gehouden
medewerker bij de kassa die betalingen afhandelt in een wink…
een bon of coupon met een bepaalde geldwaarde die als betaal…
betaalmiddel in de vorm van munten of biljetten waarmee goed…
openluchtplaats waar kooplieden producten te koop aanbieden,…