Was dit nuttig?
blancheren
werkwoord | Taalniveau: B2
groenten of ander voedsel kort onderdompelen in kokend water en daarna direct afkoelen in koud water
Voorbeeldzinnen met het woord blancheren
- "Blancheer de bonen twee minuten en koel ze direct af in ijswater."
- "Door te blancheren behoudt de broccoli zijn mooie felle groene kleur."
Synoniemen van blancheren
Vervoeging van blancheren
| Ik (nu) | blancheer |
| Hij/zij (nu) | blancheert |
| Wij (nu) | blancheren |
| Verleden tijd | blancheerde |
| Voltooid deelw. | geblancheerd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over blancheren
- Wat betekent blancheren?
- groenten of ander voedsel kort onderdompelen in kokend water en daarna direct afkoelen in koud water
- Op welk taalniveau hoort blancheren?
- Het woord blancheren hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van blancheren?
- Synoniemen van blancheren zijn: voorkoken, opkoken, kortom koken.
- Hoe vervoeg je blancheren in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je blancheren als volgt: ik blancheer, hij/zij blancheert, wij blancheren.
- Wat is de verleden tijd van blancheren?
- De verleden tijd (enkelvoud) van blancheren is: blancheerde.
- Wat is het voltooid deelwoord van blancheren?
- Het voltooid deelwoord van blancheren is: geblancheerd.
- Gebruik je hebben of zijn bij blancheren?
- Bij blancheren gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij blancheren
schuimen
werkwoord
schuim vormen of produceren; ook figuurlijk: razend zijn van…
aanbraden
werkwoord
vlees of vis snel van buitenkant rondom bruin bakken op hoog…
gratineren
werkwoord
Met kaas of broodkruim overbakken in de oven
deovenschotel
zelfstandig naamwoord
een gerecht dat in een vuurvaste schaal in de oven wordt ber…
detaartbodem
zelfstandig naamwoord
de onderkant van een taart gemaakt van deeg of koekjes waaro…
dedeegschrabber
zelfstandig naamwoord
Flexibel gereedschap om deeg schoon te maken