Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    hetberoep

    zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het beroepje

    vaste betaalde bezigheid waarvoor iemand is opgeleid

    Voorbeeldzinnen met het woord beroep

    • "Wat is jouw beroep? Ik ben verpleegkundige."
    • "Ze koos het beroep van leraar omdat ze van kinderen houdt."

    Synoniemen van beroep

    Idiomen

    • • Een beroep doen op
    • • In beroep gaan
    • • Zijn beroep kiezen

    Veelgestelde vragen over beroep

    Wat betekent beroep?
    vaste betaalde bezigheid waarvoor iemand is opgeleid
    Op welk taalniveau hoort beroep?
    Het woord beroep hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van beroep?
    Synoniemen van beroep zijn: vak, professie, functie.
    Is beroep een de-woord of het-woord?
    Beroep is een het-woord: het beroep.
    Wat is het verkleinwoord van beroep?
    Het verkleinwoord van beroep is: het het beroepje.

    Delen

    Bladeren op letter