Was dit nuttig?
debadkamer
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het badkamertje
Ruimte in een huis met een douche of bad, en soms een toilet
Voorbeeldzinnen met het woord badkamer
- "De badkamer is bezet."
- "Hij doucht elke ochtend in de badkamer."
- "We hebben een nieuwe badkamer laten plaatsen."
Idiomen
- • Zingen in de badkamer
Veelgestelde vragen over badkamer
- Wat betekent badkamer?
- Ruimte in een huis met een douche of bad, en soms een toilet
- Op welk taalniveau hoort badkamer?
- Het woord badkamer hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van badkamer?
- Synoniemen van badkamer zijn: douche, toilet, washok.
- Is badkamer een de-woord of het-woord?
- Badkamer is een de-woord: de badkamer.
- Wat is het verkleinwoord van badkamer?
- Het verkleinwoord van badkamer is: het het badkamertje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij badkamer
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
dehypotheek
zelfstandig naamwoord
lening om een huis te kopen