Was dit nuttig?
deauto
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1 | Verkleinwoord: het het autootje
Voertuig met vier wielen dat rijdt op benzine, diesel of elektriciteit
Voorbeeldzinnen met het woord auto
- "De auto staat in de garage."
- "Wij gaan met de auto op vakantie."
- "Hij wast zijn nieuwe auto."
Synoniemen van auto
Idiomen
- • Een scheve schaats rijden
- • Voor eigen auto rijden
Veelgestelde vragen over auto
- Wat betekent auto?
- Voertuig met vier wielen dat rijdt op benzine, diesel of elektriciteit
- Op welk taalniveau hoort auto?
- Het woord auto hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van auto?
- Synoniemen van auto zijn: wagen.
- Is auto een de-woord of het-woord?
- Auto is een de-woord: de auto.
- Wat is het verkleinwoord van auto?
- Het verkleinwoord van auto is: het het autootje.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij auto
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto