Was dit nuttig?
aantrekken
werkwoord | Taalniveau: A1
een kledingstuk over het lichaam schuiven en het dragen
Voorbeeldzinnen met het woord aantrekken
- "Trek snel je jas aan, want het is koud buiten."
- "Ze trok haar favoriete trui aan voor de uitstap."
Idiomen
- • iets niet aantrekken (ergens niet om geven; zich niets aantrekken van kritiek)
- • veel aantrekkingskracht hebben (populair of aantrekkelijk zijn voor anderen)
Vervoeging van aantrekken
| Ik (nu) | ik trek aan |
| Hij/zij (nu) | hij trekt aan |
| Wij (nu) | wij trekken aan |
| Verleden tijd | trok aan |
| Voltooid deelw. | aangetrokken |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over aantrekken
- Wat betekent aantrekken?
- een kledingstuk over het lichaam schuiven en het dragen
- Op welk taalniveau hoort aantrekken?
- Het woord aantrekken hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van aantrekken?
- Synoniemen van aantrekken zijn: aandoen, omhangen.
- Hoe vervoeg je aantrekken in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je aantrekken als volgt: ik ik trek aan, hij/zij hij trekt aan, wij wij trekken aan.
- Wat is de verleden tijd van aantrekken?
- De verleden tijd (enkelvoud) van aantrekken is: trok aan.
- Wat is het voltooid deelwoord van aantrekken?
- Het voltooid deelwoord van aantrekken is: aangetrokken.
- Gebruik je hebben of zijn bij aantrekken?
- Bij aantrekken gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij aantrekken
trendy
bijvoeglijk naamwoord
in overeenstemming met de nieuwste mode of trends; modebewus…
hetkostuum
zelfstandig naamwoord
pak bestaande uit broek en jasje
demantel
zelfstandig naamwoord
lange jas voor dames
demouw
zelfstandig naamwoord
armgedeelte van een kledingstuk
dejas
zelfstandig naamwoord
Zwaar bovenkleding dat je draagt als het koud of nat is
dejeans
zelfstandig naamwoord
broek gemaakt van spijkerstof (denim)