Was dit nuttig?
dezuster
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A2
informele aanduiding voor een verpleegkundige; ook: de vrouwelijke broer (zus)
Voorbeeldzinnen met het woord zuster
- "De zuster op de afdeling hielp hem met het innemen van zijn medicijnen."
- "Ze werkt als zuster op de kinderafdeling van het ziekenhuis."
Synoniemen van zuster
Veelgestelde vragen over zuster
- Wat betekent zuster?
- informele aanduiding voor een verpleegkundige; ook: de vrouwelijke broer (zus)
- Op welk taalniveau hoort zuster?
- Het woord zuster hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zuster?
- Synoniemen van zuster zijn: verpleegkundige, zus, nurse.
- Is zuster een de-woord of het-woord?
- Zuster is een de-woord: de zuster.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zuster
hetastma
zelfstandig naamwoord
chronische longaandoening waarbij de luchtwegen vernauwen bi…
dedrugs
zelfstandig naamwoord
chemische stoffen die het bewustzijn of gedrag beïnvloeden e…
hetmedisch dossier
zelfstandig naamwoord
verzameling van alle medische gegevens en behandelingen van …
despoedeisende hulp
zelfstandig naamwoord
afdeling in het ziekenhuis voor acute en ernstige medische g…
hetenzym
zelfstandig naamwoord
een biologisch molecuul dat chemische reacties in levende or…
dewondinfectie
zelfstandig naamwoord
infectie van een wond door bacteriën
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen