hetzenit
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2
het hoogste punt aan de hemel, recht boven de waarnemer
Voorbeeldzinnen met het woord zenit
- "Om twaalf uur stond de zon vrijwel in zijn zenit boven het strand."
- "Astronomen meten het zenit als referentiepunt voor andere hemelposities."
- "In de poolzomer komt de zon zelfs op de hoogste breedtegraden niet in het zenit."
- "Hij stond op het zenit van zijn carriere toen hij plotseling besloot te stoppen."
- "De architect plaatste een dakraam zo dat de middagzon recht uit het zenit binnenviel."
Synoniemen van zenit
Idiomen
- • op zijn zenit zijn (op het hoogtepunt van zijn macht of carriere staan)
- • het zenit bereiken (het hoogste punt van iets behalen)
Waar komt het woord zenit vandaan?
Het Nederlandse zenit komt via het Latijn zenith en het Oudfrans zenit uiteindelijk van het Arabische samt ar-ras, wat de richting van het hoofd betekent. Door middeleeuwse vertaalfouten in Latijnse manuscripten werd samt verbasterd tot zenit. Het woord is sinds de zeventiende eeuw in het Nederlands ingeburgerd in astronomische teksten en wordt sindsdien ook figuurlijk gebruikt.
Veelgestelde vragen over zenit
- Wat betekent zenit?
- het hoogste punt aan de hemel, recht boven de waarnemer
- Op welk taalniveau hoort zenit?
- Het woord zenit hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van zenit?
- Synoniemen van zenit zijn: hoogtepunt, top.
- Is zenit een de-woord of het-woord?
- Zenit is een het-woord: het zenit.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij zenit
een manier om uit een moeilijke situatie te komen, of een fy…
de kant van een object of gebouw die aan de voorkant ligt
een straat die zijdelings van een hoofdstraat of weg afloopt
een stelsel van paden of gangen met vele vertakkingen waardo…
een smal steegje of doorgang tussen gebouwen
het punt of moment waarop een beweging of ontwikkeling van r…