Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    wisselen

    werkwoord | Taalniveau: A2

    overstappen op een ander vervoermiddel

    Voorbeeldzinnen met het woord wisselen

    • "Ze moest wisselen van trein in Utrecht om op tijd te zijn."
    • "Bij Centraal Station kun je wisselen naar de metro."

    Synoniemen van wisselen

    Idiomen

    • • van gedachten wisselen
    • • van baan wisselen

    Vervoeging van wisselen

    Ik (nu) ik wissel
    Hij/zij (nu) hij wisselt
    Wij (nu) wij wisselen
    Verleden tijd wisselde
    Voltooid deelw. gewisseld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over wisselen

    Wat betekent wisselen?
    overstappen op een ander vervoermiddel
    Op welk taalniveau hoort wisselen?
    Het woord wisselen hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van wisselen?
    Synoniemen van wisselen zijn: overstappen, veranderen.
    Hoe vervoeg je wisselen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je wisselen als volgt: ik ik wissel, hij/zij hij wisselt, wij wij wisselen.
    Wat is de verleden tijd van wisselen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van wisselen is: wisselde.
    Wat is het voltooid deelwoord van wisselen?
    Het voltooid deelwoord van wisselen is: gewisseld.
    Gebruik je hebben of zijn bij wisselen?
    Bij wisselen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter