Was dit nuttig?
hetweersgebied
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: B2
afgebakend gebied waarbinnen eenzelfde weerspatroon heerst
Voorbeeldzinnen met het woord weersgebied
- "Het neerslaggebied bewoog zich langzaam vanuit het westen naar het oosten."
- "Binnen het weersgebied viel gedurende de nacht meer dan vijftig millimeter neerslag."
- "Het weersgebied met neerslag trok woensdag over de hele Benelux."
- "Meteorologen volgen weersgebieden via radar en satellietbeelden."
- "Binnen een weersgebied kunnen lokale omstandigheden sterk varieren."
Synoniemen van weersgebied
Waar komt het woord weersgebied vandaan?
Weersgebied is samengesteld uit weer en gebied. Weer stamt van het Proto-Germaans wedra. Gebied is afgeleid van gebieden, van be- en bieden, met de oorspronkelijke betekenis van opvorderen of commanderen. In meteorologische context verwijst het naar een afgebakende regio met een homogeen weerpatroon.
Veelgestelde vragen over weersgebied
- Wat betekent weersgebied?
- afgebakend gebied waarbinnen eenzelfde weerspatroon heerst
- Op welk taalniveau hoort weersgebied?
- Het woord weersgebied hoort bij taalniveau B2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van weersgebied?
- Synoniemen van weersgebied zijn: neerslaggebied, weersdeel, frontgebied.
- Is weersgebied een de-woord of het-woord?
- Weersgebied is een het-woord: het weersgebied.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij weersgebied
dewolk
zelfstandig naamwoord
Massa van waterdruppeltjes of ijskristallen die in de lucht …
hetonweer
zelfstandig naamwoord
Hevig weer met bliksem en donder, vaak met hevige regen
dedooi
zelfstandig naamwoord
het smelten van ijs en sneeuw
degraad
zelfstandig naamwoord
eenheid voor temperatuur (°C)
debuien
zelfstandig naamwoord
meervoud van bui; korte regenbuien die snel voorbij trekken
dewind
zelfstandig naamwoord
Bewegende lucht die je kunt voelen