Was dit nuttig?
voor
voorzetsel | Taalniveau: A1
geeft plaats voor iets, of bestemming ten behoeve van iemand
Voorbeeldzinnen met het woord voor
- "De tas staat voor de deur."
- "Dit cadeau is voor jou."
Veelgestelde vragen over voor
- Wat betekent voor?
- geeft plaats voor iets, of bestemming ten behoeve van iemand
- Op welk taalniveau hoort voor?
- Het woord voor hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij voor
met
voorzetsel
Geeft aan dat iemand of iets erbij is of gebruikt wordt
op
voorzetsel
Geeft aan dat iets bovenop iets anders ligt of staat
in
voorzetsel
Geeft aan dat iets binnen of binnenin iets anders is
naar
voorzetsel
geeft een richting of bestemming aan
uit
voorzetsel
geeft beweging vanuit iets aan, of herkomst
van
voorzetsel
geeft bezit, herkomst of verbinding aan
Gerelateerde taaltips
Voorkomen of verkomen? Zo gebruik je het goed
Leer de 3 betekenissen van voorkomen + een handig ezelsbruggetje
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen
Het-woorden in het Nederlands: wanneer gebruik je “het”?
Leer wanneer een zelfstandig naamwoord een het-woord is