Was dit nuttig?
hetvliegtuig
zelfstandig naamwoord | Taalniveau: A1
Voertuig met vleugels en motoren dat door de lucht vliegt
Voorbeeldzinnen met het woord vliegtuig
- "We vliegen met het vliegtuig naar Spanje."
- "Het vliegtuig landt om drie uur."
- "Ze is bang voor het vliegtuig."
Idiomen
- • Het vliegtuig nemen
Veelgestelde vragen over vliegtuig
- Wat betekent vliegtuig?
- Voertuig met vleugels en motoren dat door de lucht vliegt
- Op welk taalniveau hoort vliegtuig?
- Het woord vliegtuig hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Wat zijn synoniemen van vliegtuig?
- Synoniemen van vliegtuig zijn: toestel, vlucht.
- Is vliegtuig een de-woord of het-woord?
- Vliegtuig is een het-woord: het vliegtuig.
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij vliegtuig
hetgevaarlijk kruispunt
zelfstandig naamwoord
kruispunt bekend om een hoog aantal verkeersongevallen
dewagen
zelfstandig naamwoord
Auto of kar (formeel).
dereiskosten
zelfstandig naamwoord
de kosten die gemaakt worden voor woon-werkverkeer
derijtest
zelfstandig naamwoord
praktijkexamen voor het rijbewijs
devoertuigregistratie
zelfstandig naamwoord
officiële registratie van een voertuig bij de overheid
debumper
zelfstandig naamwoord
beschermende balk aan de voor- of achterkant van een auto