Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    vliegen

    werkwoord | Taalniveau: A1

    reizen per vliegtuig

    Voorbeeldzinnen met het woord vliegen

    • "Ze vliegt morgen naar Madrid."
    • "Hij vliegt voor zijn werk regelmatig naar Londen."

    Synoniemen van vliegen

    Idiomen

    • • de tijd vliegt
    • • hoog vliegen

    Vervoeging van vliegen

    Ik (nu) ik vlieg
    Hij/zij (nu) hij/zij vliegt
    Wij (nu) wij vliegen
    Verleden tijd vloog
    Voltooid deelw. gevlogen
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over vliegen

    Wat betekent vliegen?
    reizen per vliegtuig
    Op welk taalniveau hoort vliegen?
    Het woord vliegen hoort bij taalniveau A1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van vliegen?
    Synoniemen van vliegen zijn: per vliegtuig gaan.
    Hoe vervoeg je vliegen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je vliegen als volgt: ik ik vlieg, hij/zij hij/zij vliegt, wij wij vliegen.
    Wat is de verleden tijd van vliegen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van vliegen is: vloog.
    Wat is het voltooid deelwoord van vliegen?
    Het voltooid deelwoord van vliegen is: gevlogen.
    Gebruik je hebben of zijn bij vliegen?
    Bij vliegen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter