Was dit nuttig?
verven
werkwoord | Taalniveau: A2
verf aanbrengen op een oppervlak
Voorbeeldzinnen met het woord verven
- "Ze verven de voordeur blauw."
- "Hij verfde de muren lichtgrijs."
Idiomen
- • met brede kwast verven
Vervoeging van verven
| Ik (nu) | verf |
| Hij/zij (nu) | verft |
| Wij (nu) | verven |
| Verleden tijd | verfde |
| Voltooid deelw. | geverfd |
| Hulpwerkwoord | hebben |
Veelgestelde vragen over verven
- Wat betekent verven?
- verf aanbrengen op een oppervlak
- Op welk taalniveau hoort verven?
- Het woord verven hoort bij taalniveau A2 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
- Hoe vervoeg je verven in de tegenwoordige tijd?
- In de tegenwoordige tijd vervoeg je verven als volgt: ik verf, hij/zij verft, wij verven.
- Wat is de verleden tijd van verven?
- De verleden tijd (enkelvoud) van verven is: verfde.
- Wat is het voltooid deelwoord van verven?
- Het voltooid deelwoord van verven is: geverfd.
- Gebruik je hebben of zijn bij verven?
- Bij verven gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".
Alfabetisch
Gerelateerde woorden bij verven
detafel
zelfstandig naamwoord
Meubel met een plat blad waaraan je kunt zitten en eten
hetvenster
zelfstandig naamwoord
Raam (formeel).
dekamer
zelfstandig naamwoord
Afgebakende ruimte in een huis of gebouw
delift
zelfstandig naamwoord
apparaat om mensen van verdieping te wisselen
dezitbank
zelfstandig naamwoord
Een meubelstuk om op te zitten.
dehuur
zelfstandig naamwoord
geldbedrag dat je betaalt om ergens te wonen
Gerelateerde taaltips
Je kunt of je kan: wat is correct?
Beide vormen zijn goed, maar er is een belangrijk verschil
Me of mijn: wat is het verschil en wat is correct?
Twijfel je tussen ‘me’ en ‘mijn’? Zo gebruik je ze op de juiste manier.
100 basiswoorden Nederlands voor beginners
De belangrijkste woorden om te leren, per categorie met voorbeeldzinnen