Hét woordenboek.nlWaar woorden betekenis krijgen
    Inloggen
    Was dit nuttig?

    versleutelen

    werkwoord | Taalniveau: C1

    gegevens coderen zodat ze niet zonder sleutel leesbaar zijn

    Voorbeeldzinnen met het woord versleutelen

    • "Het systeem versleutelt alle berichten automatisch."
    • "Ze versleutelde het bestand voor ze het verstuurde."

    Synoniemen van versleutelen

    Vervoeging van versleutelen

    Ik (nu) versleutel
    Hij/zij (nu) versleutelt
    Wij (nu) versleutelen
    Verleden tijd versleutelde
    Voltooid deelw. versleuteld
    Hulpwerkwoord hebben

    Veelgestelde vragen over versleutelen

    Wat betekent versleutelen?
    gegevens coderen zodat ze niet zonder sleutel leesbaar zijn
    Op welk taalniveau hoort versleutelen?
    Het woord versleutelen hoort bij taalniveau C1 volgens het Europees Referentiekader (CEFR).
    Wat zijn synoniemen van versleutelen?
    Synoniemen van versleutelen zijn: coderen, encrypten.
    Hoe vervoeg je versleutelen in de tegenwoordige tijd?
    In de tegenwoordige tijd vervoeg je versleutelen als volgt: ik versleutel, hij/zij versleutelt, wij versleutelen.
    Wat is de verleden tijd van versleutelen?
    De verleden tijd (enkelvoud) van versleutelen is: versleutelde.
    Wat is het voltooid deelwoord van versleutelen?
    Het voltooid deelwoord van versleutelen is: versleuteld.
    Gebruik je hebben of zijn bij versleutelen?
    Bij versleutelen gebruik je het hulpwerkwoord "hebben".

    Delen

    Bladeren op letter